Nieuw-Zeeland

Wij hebben de afgelopen jaren 3 reizen naar Nieuw-Zeeland (Aotearoa) gemaakt.

De 1e was 6 weken van December 2005 tot Januari 2006.

De reisplanning hiervan.

De 2e was 6 weken van December 2008 tot Januari 2009.

De reisplanning hiervan.

De 3e was 6 weken van December 2011 tot Januari 2012.

De reisplanning hiervan.

De 4e is 7 weken van 28 December 2023 tot 18 Februari 2024.

De reisplanning hiervan.

De reden dat wij de reis naar Nieuw Zeeland gingen maken lag in het feit dat wij onder de indruk kwamen van dit land door de film “Lord of the Rings” en dan m.n. de beelden die wij zagen in de Making of..

Verder werd o.a. gesproken over Nieuw-Zeeland als Europa in het klein. Immers alles komt daar voor Bergen, Vulkanen, Fjorden en een schitterende natuur en geen gevaarlijke of giftige dieren.

De geschiedenis van Nieuw-Zeeland

Waren de Maori’s wel de eerste bewoners van Aotearoa?
Foto:© Eric Krill

Als we over de geschiedenis van Nieuw-Zeeland praten, zijn er altijd twee verhalen die de ronde doen. Het ene gaat over de massale migratie van Polynesiërs in kano’s, die naar Nieuw-Zeeland trokken. Het andere verhaal gaat over een ontdekkingsreiziger afkomstig van een eiland in de buurt van Tahiti.

Hoe gaan de twee verhalen precies en welke is nou waar?

In ca. 1350 na Christus besloot een groep Polynesiërs op zoek te gaan naar nieuw land. Met een vloot van kano’s vertrokken zij vanaf Hawaiki, in de buurt van Tahiti, richting Nieuw-Zeeland. Deze Polynesiërs zouden de eerste bewoners zijn van de eilanden. De Maori’s zijn de afstammelingen van deze kolonisten, zo zegt de legende. De legende werd door Europese historici vertaald en vandaag de dag is dit nog steeds het verhaal dat de afkomst van de Maori’s vertelt. 

Echter, er zijn sporen gevonden die doen vermoeden dat Nieuw-Zeeland al veel eerder was bevolkt. Vermoedelijk was Nieuw-Zeeland al rond 1000 na Christus bewoond en waarschijnlijk zelfs nog vroeger. Het is onduidelijk of deze vroege bewoners al de voorouders van de huidige Maori’s waren, of dat het om een andere bevolkingsgroep gaat. Het is aannemelijk bevonden dat de vroege nederzettingen werden bevolkt door mensen met een veel donkerder huidskleur, zoals de Aboriginals in Australië, en dat deze later door Maori’s werden afgeslacht. Het verhaal dat tegenwoordig aannemelijk wordt gevonden is het volgende: 

Rond 800 na Christus zou een ontdekkingsreiziger uit Hawaiki (bij Tahiti), genaamd Kupe, Nieuw-Zeeland hebben ontdekt. Hij voer rond het Noord- en Zuid-Eiland alvorens hij terugkeerde naar zijn eiland. Na deze ontdekking besloot een groep naar Nieuw-Zeeland af te reizen om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Vanaf 1000 na Christus kwam een stroom polynesiërs op gang. Dit was te danken aan de expansie van de Austronianen. Deze verjoegen de bevolkingsgroepen van hun eilanden, die vervolgens richting Nieuw-Zeeland vertrokken. Ook was een reden om te vertrekken het tekort aan grondstoffen en eten. In Nieuw-Zeeland vonden ze dit alles. 

De vroege kolonisten en hun verhaal

Aangenomen dat het verhaal dat tegenwoordig als waarheid wordt gezien ook werkelijk waar is, kan het natuurlijk zijn, dat de geschiedenis van de eerste kolonisten is vervaagd door de grote stroom kolonisten/vluchtelingen die tussen 1000 en 1300 na Christus op gang kwam. Hun verhaal werd als waarheid verheven en doorgegeven aan de vroege Europese kolonisten.
Het leven in Nieuw-Zeeland was heel anders dan in de warmere pacifische eilanden. Veel gewassen die ze hadden meegenomen konden niet overleven, omdat het te koud was. Op het Zuid-Eiland kon helemaal niets worden verbouwd door de temperatuur. Op het Noord-Eiland waren gewassen zoals de Kumara (soort aardappel) wel levensvatbaar. Hieruit kun je ook begrijpen waarom er op het Noord-Eiland zoveel Maori-geschiedenis is te vinden en op het Zuid-Eiland haast niets. Een andere reden hiervoor is de thermische activiteit. De kolonisten konden natuurlijk van alles doen met het warme water dat uit de grond kwam zetten. 

Met de bevolking van de eilanden moest de natuur het onderspit delven. Bosbranden zorgden ervoor dat grote bosgebieden werden omgetoverd in onvruchtbaar land. Ook de introductie van allerlei dieren was funest voor vele diersoorten. Ook zeehonden waren prooi. Hun populatie slonk in hoog tempo.
Nadat de natuur gedeeltelijk was verwoest gingen de stammen elkaar maar verwoesten. Vele stammen werden door stammen uit het noorden weggevaagd. Kanibalisme en slavernij kwamen veelvuldig voor. Door de bouw van forten probeerden sommige stammen de oorlogs-zuchtige stammen buiten de deur te houden.

Maori die een afschrik-ritueel uitoefent: het afschrikken van geesten en de vijand
Foto:© Eric Krill

De Nederlandse ontdekker Abel Tasman

In 1642 ontdekte Abel Tasman Nieuw-Zeeland. Zijn reis voerde vanuit Batavia rond Australië naar Nieuw-Zeeland. Hij belandde aan de west-kust en zeilde er langs. Bij zijn eerste poging voet aan wal te zetten ging het mis. Een schermutseling met Maori’s (op het water) kostte het leven aan 3 van zijn bemanningsleden. Na dit conflict noemde hij deze baai ‘moordenaars baai’, wat nu bekend staat als ‘Golden Bay’. Het land noemde hij Nieuw-Zeeland. Abel Tasman had namelijk last van heimwee en noemde het nieuwe land naar zijn provincie Zeeland. 

Abel Tasman voer alleen langs de westkust van Nieuw-Zeeland. Hij geloofde dat dit de tegenhanger van Europa moest zijn want: hoe blijft de aarde anders in evenwicht, was de gedachte in Europa rond die tijd. Abel Tasman ging niet verder met het ontdekken van Nieuw-Zeeland en de Nederlanders verloren hun interesse in het nieuwe land.
De Engelse ontdekkingsreiziger James Cook zette als eerste europeaan in oktober 1769 voet aan wal in Nieuw-Zeeland. Dit was op het Zuid-Eiland. De plaats werd ‘Schip Cove’ genoemd, in de Queen Charlotte Sound. Heden ten dage staat er een monument dat herinnert aan deze gebeurtenis. Zo geweldadig als de eerste ontmoeting van Abel Tasman was, zo gemoedelijk was de ontmoeting van Cook. In zijn drie reizen die hij rond Nieuw-Zeeland maakte, om het land in kaart te brengen, was er slechts één keer sprake van een schermutseling met Maori’s. Een paar Maori’s moesten het leven laten. Dit alles gebeurde in ‘Poverty Bay’, bij Gisborne.
Nadat Cook zijn ontdekkingsreis had afgesloten en tot de ontdekking was gekomen dat dit niet het ‘Grote Zuidelijke Continent’ was, claimde hij de eilanden voor de Britse kroon.
Op hetzelfde ogenblik was de Franse ontdekkingsreiziger Jean-Francois Marie de Surville bezig met zijn reis. De twee zijn elkaar nooit tegengekomen rond Nieuw-Zeeland.

Cook zette hier in 1769 als eerste Europeaan voet aan wal
Foto:© Eric Krill

De Europese kolonisten

De eerste kolonisten waren zeehonden-jagers. Hadden de Maori’s een paar zeehonden gedood voor eigen gebruik, de Europeanen reduceerde de zeehondenpopulatie tot pakweg nul. Na de zeehonden-jagers kwamen de walvisjagers en die deden hetzelfde met de walvis-populatie.
De Europeanen brachten niet veel goeds. Ziektes en prostitutie waren daar slechts enkele van. Ook zorgden ze voor een groeiende vraag in opgezette hoofden. De Maori’s begonnen daarop de hoofden van hun slaven af te hakken en op te zetten om in de groeiende vraag te voorzien.
Maar dat was niet alles. De grootste slachting moest nog komen. De Europeanen ruilden wapens voor Greenstone (een soort Jade). Kort daarop waren de Maori’s op krijgspad. Een ware slachting onder de Maori-stammen, die later bekend kwam te staan als ‘the Musket Wars’. De Ngapuhi-stam was de veroorzaker. Onder leiding van Hongi Hika werden legertjes over het hele Noord-Eiland gezonden. In 1830 was de populatie van Maori’s drastisch gedaald. 

De stroom Britse migranten kwam in het begin 1800 aardig op gang. In 1814 kwam de eerste missionaris naar Nieuw-Zeeland. Velen volgden snel daarop. De bijbel werd in het Maori vertaald en gepredikt. Dit is trouwens de eerste keer dat de taal van de Maori’s op schrift werd gezet. Het land leefde in anarchie. Doordat ook de Fransen een oogje op dit land hadden en de anarchie steeds erger werd, werd de roep om Britse bemoeienis steeds groter. James Busby werd door de kroon aangewezen om het karwei te klaren. Echter hij had geen leger of wapens tot zijn beschikking om de wet te handhaven. 

Treaty of Waitangi, de inlijving van Nieuw-Zeeland

Doordat de anarchie en wetteloosheid aanhielden en de dreiging van de Fransen ook groter werd (zij hadden een kolonie gesticht bij Christchurch, genaamd Akaroa), werd er door de Britten actie ondernomen. Captain William Hobson werd naar Nieuw-Zeeland gezonden. Ten eerste om James Busby te vervangen. Ten tweede om een verdrag te sluiten met de Maori’s om loyaal te worden aan de Britse kroon. 

Hobson liet er geen gras over groeien. Slechts een paar dagen na zijn aankomst in Nieuw-Zeeland organiseerde hij een bijeenkomst voor het huis van Busby. Dit alles gebeurde in het plaatsje Waitangi in the Bay of Islands. Meer dan 400 Maori’s woonden deze bijeenkomst bij en hoorden het verdrag aan. Alhoewel het verdrag over het algemeen in goede aarde viel bij de stam-hoofden, waren er volgens hen nog wat aanpassingen die moesten worden doorgevoerd. Na een nacht doorwerken en vergaderen was het verdrag af. 45 stamhoofden tekenden het de volgende dag. 

De daarop volgende maanden werd het verdrag door missionarissen, handelaren en andere afgevaardigden door het land gebracht, met één doel: laten ondertekenen door de andere stamhoofden. Zeven maanden later was het verdrag door 500 stamhoofden getekend en kon Hobson zich met trots de eerste gouverneur van Nieuw-Zeeland noemen. Busby verdween van het toneel. Hobson vestigde zich in Kororareka. Een jaar later verhuisde hij naar Auckland. 

Een verdrag dat rammelt

Doordat de vertaling niet helemaal goed was uitgevoerd, waren er natuurlijk van het begin af aan communicatieproblemen tussen de partijen. Het verdrag beloofde de Maori’s volledig bezit van het land, de vis en andere grondstoffen die het land rijk was. Ook was in het verdrag opgenomen dat Maori’s hun land alleen aan de kroon van Engeland konden verkopen. Dit omdat de Maori’s dan een eerlijke prijs konden krijgen voor hun land. De afgevaardigde van de kroon zou het dan doorverkopen aan de kolonisten.
De problemen ontstonden doordat de Maori’s hun land niet wilden verkopen en zeker niet voor de prijs die de staat ervoor wilde neertellen.
Actieve tegenstanders tegen het verdrag kwamen al snel. Een stamhoofd, genaamd Hone Heke, wist tot vier keer toe een vlaggenmast met Britse vlag om te hakken in Kororareka. Na de vierde ‘aanslag’ werd de vlaggenmast verstevigd met metaal. 

In 1845 voerde dezelfde stam-leider een aanval uit op Kororareka. De gouverneur loofde een beloning uit van 100 pond voor zijn hoofd. Daarop deed het stamhoofd hetzelfde en loofde een beloning van eveneens 100 pond uit voor het hoofd van de gouverneur.
Er vonden veel meer conflicten en schermutselingen plaats in deze tijd. Land dat niet volgens het verdrag van eigenaar wisselde was het gevolg van gebrekkige handhaving en de vele nieuw kolonisten. Ook werd land per ongeluk of expres aan andere stammen verkocht, wat stam-oorlogen veroorzaakte. 

Provincies brengen rust

Ondanks al deze kleine oorlogen en conflicten zette de gouverneur door met het creëren van 6 aparte provincies. Elk van deze provincies kreeg een apart bestuur dat toezicht moest houden op de wets-handhaving en handhaving van het verdrag van Waitangi. Al mocht dit niet echt baten. Er was veel tegenstand onder de Maori’s. In sommige regio’s werd zelfs door de Maori’s verboden land te verkopen aan Europeanen en zo konden zij de kolonisatie van hun land voorkomen. Dit konden ze volhouden tot ongeveer 1900! 

Maar wederom kon iets niet zonder slag of stoot gaan. Vanaf 1844 tot ongeveer 1872 werden overal in het land militia-oorlogen gevoerd. Dit werd later bekend onder ‘the Land Wars’. In Taranaki ging het er wel erg aan toe. Het leger wist daar complete stammen uit te roeien. Militia’s, onder leiding van Te Kooti, vochten fanatiek tegen het leger en de kolonisten. In 1872 trok Te Kooti zich permanent terug. Na deze oorlog confisqueerde de kroon grote stukken land, die behoorden aan de Maori’s. Deze stukken werden doorverkocht aan de kolonisten. Dit ging de rest van de 19de eeuw door. 

Goud brengt welvaart

Uren op je hurken in het water naar goud zoeken, goudkoorts ten top
Foto:© Eric Krill

Op het Noord-Eiland was oorlog, op het Zuid-Eiland ging het er allemaal wat gemoedelijker aan toe. Door landbouw floreerde de bevolking. Maar de echte welvaart kwam rond 1860, met de ontdekking van goud — op heel veel plaatsen! Zo werd er o.a. rond Collingwood, Westport, Reefton, Greymouth, Ross, Cromwell, Arrowtown en Queenstown goud gevonden. In een zeer korte periode veranderden dorpjes zoals Reefton en Ross in plaatsen met meer dan 40.000 inwoners. Reefton was in augustus 1888 zelfs het eerste plaatsje op het Zuidelijke Halfrond dat straatverlichting had.

Chinese arbeiders leefden vaak onder erbarmelijke omstandigheden, Cromwell
Foto:© Eric Krill

Naast de vele Europeanen die naar Nieuw-Zeeland trokken om mee te doen aan de goudkoorts, waren veel Chinezen ook van de partij. Zij vestigden zich in aparte dorpjes, veelal onder erbarmelijke omstandigheden. In Greymouth en Westport werden er naast goud ook kolen gevonden. Grote kolenmijnen, zoals de Brunner-mine, waren het gevolg. In totaal werd er in deze mijn 2.210.575 ton kolen gedolven. Helaas ging het op 26 maart 1896 mis. Door een verkeerd geplaatste explosieve lading lieten vele mensen het leven. In 1942 sloot de mijn pas. Tegenwoordig worden er nog steeds kolen gewonnen rond Greymouth / Westport.

De kranen zijn een overblijfsel van de kolendelving in dit gebied, Greymouth
Foto:© Eric Krill

Tot 1865 werd Auckland als hoofdstad gezien, omdat de gouverneur daar woonde. Maar men wilde een echte hoofdstad. Men kon kiezen uit Wellington, Collingwood of één van de andere goudzoekersdorpjes. De gedachte was dat deze laatsten de grote economische en rijke steden zouden worden. Uiteindelijk is het Wellington geworden. Collingwood is nu een plaatsje met 250 inwoners. Na de goudkoorts slonken de overige stadjes tot haast nul. Vandaag de dag wordt er nog steeds rond Cromwell, Ross en Greymouth naar goud gezocht, hetzij op kleine schaal.
Vanaf 1876 werd besloten de provincies op te doeken en het bestuur centraal in Wellington te organiseren.

Collingwood, de ‘bijna’ hoofdstad van Nieuw-Zeeland, 250 inw.
Foto: © Eric Krill

Nieuw-Zeeland heeft dus eigenlijk een bloedige jonge geschiedenis, maar welk land heeft dat niet. Men liep wel voorop in een aantal dingen. Zo werd al in 1893 kiesrecht aan vrouwen verleend, 25 jaar voordat Engeland en Amerika dit toelieten. Tot 1947 bleef Nieuw-Zeeland afhankelijk van de Britse kroon. Nu erkent men de Kroon, maar er is geen enkele invloed meer op het dagelijks bestuur van het land.
In 1967 werd de valuta veranderd. De pond werd verruild voor de Nieuw-Zeelandse Dollar. Munten uit 1967 vind je nog regelmatig in je portemonnee terug.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *